Welp blijkt doorontwikkelde dreumes
Zomaar een gimmick of daadwerkelijk handig?
16 September 2005
Bij een goed idee vraag je je altijd af waarom het niet eerder is bedacht. Twee argumenten strijden dan om de eerste plaats. Of de stand der techniek was simpelweg nog niet zo ver, of niemand eerder kreeg dezelfde ingeving. De gedachte om een auto van 3,73 meter lengte te voorzien van twee schuifdeuren is nu gerealiseerd door Peugeot. Maar wat als het nu eens geen van beide argumenten is? Stel dat het eerder kon, dat anderen er ook wel aan dachten, maar het niet aandurfden? Was dat een gemiste kans of niet?
Toen deze welp nog in de conceptiefase was, dachten de ouders nog heel creatief aan de naam Sésame. Tegenwoordig wordt die term exclusief voor de schuifdeuren gebruikt, want Peugeot nummert zijn auto's nu eenmaal. En de auto zelf? Voor Peugeot begint de nummering beklemmend te worden. Het merk wil graag mee in de crossoverpolonaise, maar welke nummering past in de historische reeks en is toch onderscheidend?

Het Peugeot-monopolie op de centrale nul in de type-aanduiding biedt uitkomst, want de crossovers worden gewoon voorzien van een extra nul. Over de fonetische naamgeving is het bedrijf minder duidelijk. De typeaanduidingen spreek je doorgaans niet uit als ware het een getal, maar als één-nul-zeven. Het testobject heeft zo'n extra nul en dat betekent dus dat duizendzeven uit den boze is. Nu is er sinds decennia een associatie met nul-nul-zeven, ook wel bekend als double-o-seven. Een lastige met de copyrights... De topman bij Peugeot hoorden we tien-nul-zeven roepen; een mooie vondst maar het past niet echt bij de maat van de auto. Het is tenslotte toch een welpje binnen de familie.
De 1007 deelt samen met de C2 en de aanstaande 207 het PF1-platform. Toch is er gekozen voor de één als eerste cijfer, geen twee. Daarmee ziet de klantenkring het als een derivaat van het trio 107/Aygo/C1. Uitgaande van dat uitgangspunt beschouw je de 1007 als te groot, te zwaar en vooral te duur (zou er dan toch een 2007 komen die weer iets groter is?). In de praktijk is de 1007 en dan zeker de gereden 1.6-16V Gentry, een auto in de prijs- en gewichtsklasse van een Modus (zie AK13/2004). Oftewel, voor de dik 21.000 euro van ons testexemplaar heb je ook een 206 SW waarin je wel met vijf man past en dan ook nog bagage mee kan nemen. Sterker nog, je hebt er een 307 voor.
Nichevuller
Dit gaat echter geheel voorbij aan de auto. De 1007 is een nichevuller. Peugeot verwacht er volgend jaar in Nederland zo'n 3600 van te verkopen en da's niet veel voor een merk dat dergelijke aantallen met de 206 in een kwartaal schrijft. Ook uiterlijk is de 1007 zeker niet conformistisch. Het model wordt voor een belangrijk deel gedicteerd door de forse schuifdeuren. De verchroomde geleiderail springt meteen in het oog, maar is niet storend. De grote handgrepen komen juist vrij lomp over. De neus combineert het familiegezicht met voetgangerveiligheid, want Euro NCAP beloont het model met vijf sterren.

Binnenin telt de 1007 vier afzonderlijke zetels, waarbij ook de exemplaren achterin afzonderlijk kunnen schuiven. Leuningen kunnen klappen tot tafeltjes en er zitten bergvakken in de vloer voor de achterstoelen en onder de armsteunen aldaar. Delen van de deur- en stoelbekleding zijn afritsbaar wat ze niet alleen vervangbaar maakt bij vlekken of schade maar ook om de stemming van de berijder te onderstrepen. Dit geldt ook voor de kapjes om de uitstroomopeningen en de twee 'matten' bovenop het dashboard. Onder de noemer Caméléo zijn twaalf alternatieven beschikbaar. Een leuke gimmick, maar zelf verwachten we niet direct dat extra setjes over de dealertoonbank zullen vliegen.
Het gereden 'Rouge Aden' exemplaar was bovendien niet optimaal afgewerkt. De stuurstengels vertonen de nodige speling en het centraal bovenin het dashboard geplaatste display sluit niet aan. Storender is een fout in het deurmechanisme. Zo ging tot twee keer toe de auto piepen en de plafondverlichting angstvallig knipperen. Dat blijkt volgens de handleiding te duiden op een open deur, ware het niet dat ze allen gesloten waren... Overigens kunnen de deuren tijdens het rijden niet elektrisch worden geopend, maar je kunt wel met open deuren rijden als je ze tijdens stilstand hebt geopend.
Ongehinderd
De afstandbediening telt vier knoppen, waarbij er één is voor het elektrisch openen en sluiten van elke schuifdeur. De andere twee vergrendelen dan wel ontgrendelen de gehele auto. Het sluiten met open deur(en) toont dat er geen comfortschakeling is, de deuren blijven open. Zo'n schuifdeur meet 1,37 meter (en 40 kilo) en dat verklaart ook wel waarom een regulier scharnier onwerkbaar is (we herinneren ons nog de Avantime...). Wat je ervoor terugkrijgt is een opening van negentig centimeter en dat is nog eens ongehinderd in- en uitstappen. Achterpassagiers kunnen zo relatief makkelijk op/van hun plek komen. Ook voor de bestuurder hebben de schuifdeuren wel voordelen: de dode hoek opzij die vijfdeursauto's hebben ter hoogte van de B-stijl is weg. Doordat bij de 1007 deze B-stijl ver weg zit, geldt dat ook voor de gordel. Het ophangpunt is evenmin in hoogte verstelbaar wat kan leiden tot irritaties. Om terug te komen op het zicht rondom: er is een vrij forse dode hoek schuin naar achteren. Bij het testexemplaar zorgen (optionele) parkeersensoren voor extra 'zicht'.

Met deuren van veertig kilo aan elke kant en een hoogte van 1,69 m vrees je het ergste voor het weggedrag. Niets is minder waar. De standaard ESP voorkomt veel ellende en bij regulier gebruik glijdt de koets gemoedelijk onderstuurd over de voorwielen. Het kontje kun je wel forceren, maar dat vergt nadrukkelijke inspanning daartoe. De 1007 is geen bochtenridder, maar is er evenmin bang voor. Voor het type auto blijven de koetsbewegingen heel subtiel. Het 110 pk sterke vierpittertje weet prima raad met de 1.291 kilo's (rijklaar), al zou de standaard aanwezige 2Tronic optioneel moeten zijn in plaats van verplicht. De werking van deze gerobotiseerde handbak, inclusief 'flippers' aan het stuur, is bekend van Citroën (Sensodrive): je kunt er mee rijden als ware het een automaat maar zelf schakelen kan ook. Dat laatste levert voor inzittenden de meest comfortabele rit op. In de automatische mode zetten we nog wel eens een vraagteken bij een gekozen schakelmoment.
Schuiven
Na een weekje schuiven ben ik niet onverdeeld enthousiast over de gekozen oplossingen. Natuurlijk is de vrije entree een pre. Maar weegt het zwaar genoeg? Ertegenover staat de elektrische bediening die tijd vergt. Met de hand bedienen is mogelijk, maar de fysieke inspanning die dan geleverd moet worden blijkt voor velen als een drempel te werken. Uit veiligheidsoverwegingen is er waarschijnlijk gekozen voor een niet al te snel openende en sluitende deur, maar even gauw iets uit de auto pakken is er niet bij. De waarschuwingspiepjes versterken het hippe karakter evenmin. Bovendien schrijft Peugeot dat er een klembeveiliging aanwezig is, maar het begrip 'klem zitten' is blijkbaar aan enige interpretatie onderhevig.
Om te voorkomen dat de deur tijdens het schuiven te ver buiten de koets zou komen is een armsteun achterwege gebleven. De (links gepositioneerde) tankdop schuilt achter de open schuifdeur, waardoor tijdens het tanken een gevaarlijke situatie zou kunnen ontstaan. Als oplossing wordt de deur automatisch vergrendeld bij een openstaande tankklep. Als een schuifdeur open is, werkt diens raambediening niet meer. Het lijkt erop dat ik maar blijf hameren op die deuren, maar feitelijk wil ik alleen illustreren dat Peugeot tegen de nodige complicaties aanliep die het allemaal heeft willen oplossen in de hoop dat er een hip alternatief voor terug zou komen. Een kopiërende concurrent zou voor ons het bewijs zijn dat Peugeot hierin is geslaagd. Tot die tijd...
- Autoliv gordels
- BASF lakken
- Conti-Teves ESP
- Delphi bekrachtigde schuifdeuren
- Dunlop SP Sport 01 195/50 R16
- Faurecia uitlaatsysteem
- Koyo elektrische stuurbekrachtiging
- Lear stoelen
- Schefenacker buitenspiegels
- TRW zij-airbags
- Valeo verlichting en ruitenwissers
- Visteon instrumentenpaneel